HET
GENOOTSCHAP
VAN DE
MAROT









NIEUWSBRIEF

Inschrijving Nieuwsbrief
 

Kroniek

Wat er zich écht afspeelt ...

U verdient te weten waarmee de genoten van de Marot zich ophouden. Massaal gaf u immers toe ons leuk te vinden. Het duimpje op facebook was slechts een kleine moeite, nietwaar? Maar niet nadat u dagenlang gesmeekt werd om het Genootschap van de Marot een like te geven. Wat u uiteindelijk deed. En toch, u moet ingelicht worden over wat er zich afspeelt wanneer het genootschap vergadert. Ik wil niet dat u achteraf komt vertellen dat u het niet wist.


Het zit zo: Luie Sjarel, de verslaggever van het Genootschap, ging er vandoor. De laatste weken werd hij met smeekbedes bestookt om het verslag van de vorige vergadering eindelijk te finaliseren. De smeekbedes werden scheldtirades waarin hij werd afgeschilderd als een luie donder en dat kon hij niet langer pikken. Hij dacht er het zijne van en vertrok. Natuurlijk wist iedereen waarheen. De président-fondateur wenste hem, met de nodige ironie, nog snel een goede reis naar het lieflijke en immer mooie Belfast. En weg was Luie Sjarel. Het Genootschap bleef verweesd en zonder verslaggever achter.

Nadat Luie Sjarel het had laten afweten, regende het verontschuldigingen voor de bewuste vergadering. De een haalde zijn vele kinderen en de armen van zijn schone vrouw aan als excuus. Een ander, godbetert de président-fondateur die zich ook wel eens Sir Bollocks laat noemen, heeft een vaag ziektebeeld dat op momenten van druk steeds weer opnieuw komt opspelen. Waarna hij zich uitvoerig uitput in excuses; dat hij het wéét dat hij alwéér verstek moet laten en dat hij het wàt graag anders had gezien. U ziet vast het plaatje ...

Soit, daar zitten we dan op die bewuste zondagavond, zonder verslaggever. Geeneen wilt de taak op zich nemen. We gluren maar wat naar elkaar, hopende dat er toch iemand zijn hand zou opsteken. Uiteraard doet niemand dat. Ik ook niet. Maar ik neem me voor wel een verslag te schrijven - voor u, mijn beste lezer. Alleen, de tafelgenoten mogen het niet weten. Dat geeft me de gelegenheid om onopvallend alle aanwezigen te bespieden. Niemand zou een blad voor de mond nemen, er wordt toch geen optekening van de vergadering gemaakt.

Eerder schoof ik stilletjes bij aan. Op de tafel prijkten al heel wat lege bierflessen, streekbieren welteverstaan, geheel in de geest van het Genootschap van de Marot. Ik kon dus enkel maar vaststellen dat het driekoppige gezelschap zichzelf al stevig de moed in had gedronken. Luttele minuten later komt het laatste lid de kamer binnengemarcheerd met een vlaggenstok. Zonder vlag. Schandalig vindt hij het dat er nu nog geen vlag is. Doorheen zijn wild gegesticuleer versta ik dat er een varken, of ten minste een beenhesp, een vrouw met kalashnikov en ja, ook een marot op de vlag moeten staan. We kunnen hem uiteindelijk bedaren, maar niet nadat er beloofd is dat er een vlag komt en dat hij ze mag dragen doorheen de velden, op weg naar het graf van de kapitein van Köpenick, de ware inspirator van het genootschap.

Even staat zijn blik op volkomen tevredenheid. We halen opgelucht adem. Nieuw gerstenat wordt bovengehaald. Er wordt gedacht dat de vergadering van start kan gaan en dat het over de dingen kan gaan waarover het zou moeten gaan. Een moment lang was er de rust. Tot zijn blik plots verstart. Ik zie het gebeuren en vraag me af of ik het nog kan keren. Ik probeer het parkeerprobleem aan te snijden dat zal ontstaan door de geweldige opkomst voor de gespreksavond met Sarah Van Liefferinge. Maar het is te laat. Met een luide dreun laat de vlaggendrager de vraag op tafel vallen. Wanneer mag hij die vlag dan precies dragen? Hij wil een datum! Verrukt schreeuwt P. dat het wildseizoen daarvoor uitermate geschikt is. Gelukzalig onderuitgezakt nipt hij van zijn streekbier en savoureert hij het wild alvast in gedachten. En hoe hij onder de wandeling kan uitkomen, dat vraagt hij zich ook af.

Juist, alweer iemand die afhaakt en nog heel wat te regelen - we kregen immers een zware agenda mee van de président-fondateur die een ziekte veinst, terwijl iedereen weet dat hij van ledigheid zijn levensmotto heeft gemaakt. De vlaggendrager stapt ondertussen flinks de woonkamer uit en de tuin in om alvast te oefenen. In zijn kielzog volgt Karel de Kale. Die neuriet zachtjes voor zich uit. De vlaggendrager herkent het meteen en scandeert geestdriftig de woorden van ‘Finland red, Egypt white’ mee. U zoekt vast zelf wel uit waarom ze precies dat liedje ten gehore brengen.

Een verbouwereerde heer des huizes staat plots op en zijgt weer neer. Hij loopt rood aan en murmelt iets onverstaanbaar. Naderhand begrijp ik dat het om zijn slinkende biervoorraad gaat. Hij heeft die de afgelopen tijd opgespaard. Hij wilde gezonder gaan leven en zwoor de drank - tijdelijk - af. Nooit had hij kunnen vermoeden dat zijn nieren daardoor in een niet te vernietigen mergelgrot zouden veranderen. Vastbesloten het een laatste maal te proberen bedenkt hij zich dat hij meer zou moeten drinken om zo een uitdrijving te veroorzaken. Hij scharrelt de overgebleven flessen bij elkaar, rukt ons de drank uit de handen en verbeten drukt hij al dat vloeibaars achterover. De heer des huizes doet het met een nooit geziene ijver. De gevolgen zijn niet te overzien ...

Daar zit ik dan, geheel in de steek gelaten door de genoten. Ik bekijk de agenda nogmaals, verzin er een paar frivoliteiten bij en schrijf op wat ieder moet doen. U zult het me vast niet kwalijk nemen dat ik mezelf daarbij ontsla van elke vorm van arbeid. Ik cultiveer de luiheid eveneens.

Maar het komt wel goed op 24 februari. Noteer op die dag maar in het rood en dubbel onderlijnd in uw agenda dat Sarah Van Liefferinge komt spreken over het basisinkomen. De organisatie van het gebeuren verliep alvast voortreffelijk. Zoals u net kon lezen.